We zijn nu 3 dagen op rondreis in Ecuador en we hebben al het een en ander gezien.
Zaterdag begon zeer vroeg met een lange busrit van Cuenca naar Riobamba. Normaal duurde deze 6 uur maar onderweg moet iets de bus geraakt hebben, want plots stopten we in een piepklein dorpje. De rechterachterband werd er in 2 minuten afgehaald en een lokaal smid begon verwoed te lassen aan de as van de bus. Hilariteit alom en na een uurtje waren we terug onderweg. Niet echt met een gerust gevoel als je weet dat de rit door de torenhoge bergen van de Andes ging met bijhorende afgronden. Maar de as heeft het dus gehouden tot in Riobamba.
Door de vertraging hebben we wel de wekelijkse, kleurrijke markt in Riobamba gemist. We hebben dan een goed hotelleke gezocht en naar de toeristische dienst gaan informeren naar tickets voor “El Nariz del diablo” (“De duivelsneus”). Dat is een treintje dat van Allausi naar Sibambe rijdt door schilderachtige valleien van de Andes. Brute pech want 3 Fransen hadden net voor onze neus de laatste kaartjes voor de bus naar Allausi weggekaapt.
Dan maar de volgende dag op eigen houtje naar Allausi vertrokken. Daar hebben we met veel geluk nog een van de laatste kaartjes kunnen bemachtigen. En met nog meer geluk zijn we op het dak van het treintje geklommen. De afdaling naar Sibambe in het dal was echt schitterend. De klim terug naar Allausi verliep echter minder vlekkeloos. Na 200 meter begon het treintje te puffen en te hijgen en bolde het terug naar achter.
2 uur later is een ander treintje ons dan uit het dal komen ophalen. Ondertussen hadden we ons wat geamuseerd met Carlos en Migel, 2 broertjes van 9 en 12 uit een nabij gelegen dorpje die daar in de bergen wat kwamen spelen. En aangezien ons niveau van Spaans quasi gelijk was aan dat van hun was dat nog best tof.
Een almuerzoke van 1,75 dollar later zijn we dan teruggekeerd naar Riobamba, waar we nog wat rondgekuierd hebben en een leuk restaurantje hebben opgezocht. De ober was zelfs zo vriendelijk om 7 blokken verder te joggen om voor ons “tamales” te gaan halen (een zalige lekkernij). Hij kwam wel terug met quimbolitos maar soit, het is de geste die telt.

Vandaag zijn we dan naar de Chimborazo geweest. Dit is de berg die het dichtste bij de zon ligt omdat hij zeer dicht bij de evenaar ligt. Het is ook Matthias’ lievelingsberg. De zoon van de stationschef heeft ons met zijn taxi (een echte rammelkar) tot bij een refugio op 4800m gevoerd. Vandaar zijn we te voet tot bij de volgende refugio op 5000m geklommen. Dat is niet echt ver maar klimmen op die hoogte is niet te onderschatten. Zware ademhaling, koppijn en supersnelle hartslag. Maar het was het zeker waard!!!
Morgen reizen we naar Baños waar we enkele thermen gaan opzoeken en ons nog eens gaan laten verwennen voordat we enkele dagen de Oriente (het Amazonewoud) induiken.
¡Hasta pronto!
August 5, 2008 at 4:03 pm
Dag Sam & Matthias!
Wow ik ben wel een beetje jaloers. Ge hebt nog geen heimwee zeker?
Nog veel succes, zorg dat Linda heelhuids terugkomt en amuseer jullie nog goed ginderachter.
P.S. Ik ben wel benieuwd hoeveel verschillende Inca-icoontjes jullie blog bij de comments kan toveren…
August 5, 2008 at 8:41 pm
Linda, Matthias, Sam,
Prettig om jullie zo op de voet te kunnen volgen. Je geeft ons zin om dit ook te gaan doen. We wensen jullie een tof avontuur in je volgende gedeelte, het Amazone gebied. Maar hou het bij een kleine “footprint”, he?
groetjes, Vic en Diane